
1 juni 2026

De financiële markten beginnen de week met een overwegend positief sentiment. In Azië en Europa noteren aandelenindices veelal hoger en in de Verenigde Staten blijft het optimisme zichtbaar na opnieuw een record voor de S&P 500-index. Tegelijkertijd letten beleggers scherp op nieuwe macro-economische cijfers, de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en het banenrapport uit de VS, dat later deze week meer richting kan geven aan het marktsentiment.
De start van de nieuwe beursweek laat een gevarieerd beeld zien op de verschillende aandelenmarkten. In Azië sloten de indices gemixt, waarbij China en Korea een lichte stijging lieten zien en Japan in het rood eindigde. Hetzelfde beeld laat zich zien in Europa waarbij de Nederlandse AEX-index een kleine min noteert. De prijzen van olie en gas laten wederom een stevige stijging zien, terwijl die van goud en zilver in waarde dalen. De Nederlandse en Duitse staatsobligaties stijgen bij de start van de nieuwe handelsweek.
De korte termijnvooruitzichten voor de wereldeconomie blijven sterk afhankelijk van de Straat van Hormuz, waar de dubbele blokkade een kritieke fase van vier tot acht weken is ingegaan. Dit vergroot het risico op fysieke tekorten in Azië en Afrika en heeft duidelijke prijseffecten. Zo steeg de Amerikaanse benzineprijs boven de $ 4,50 per gallon en naderen dieselprijzen recordniveaus, wat de kloof tussen kapitaalmarkten en consumentenvertrouwen verder vergroot.
Iran heeft formeel gereageerd op een Amerikaans vredesvoorstel. Volgens Trump ontbreken toezeggingen over het kernprogramma. Iran stelt een gefaseerde heropening van de Straat van Hormuz voor, mits de VS de blokkade van Iraanse schepen en havens opheffen.
Afgelopen week bereikten meerdere aandelenindices nieuwe records, waarbij de Nasdaq zijn op één na beste week van het jaar noteerde. Sterke winstcijfers, beter dan verwachte arbeidsmarktcijfers en optimisme over een mogelijke overeenkomst tussen de VS en Iran ondersteunden het positieve beurssentiment. De halfgeleidersector bleef toonaangevend, gedreven door aanhoudend enthousiasme rond kunstmatige intelligentie en het tekort aan geheugenchips. Vooral de winstontwikkeling in de VS valt op.
Ondanks al hoge verwachtingen aan het begin van het kwartaal overtrof circa 85% van de S&P 500 bedrijven de winstverwachtingen, met een winstgroei van bijna 28% op jaarbasis tegenover een verwachte 13%. Ook in Europa verraste 47% van de bedrijven positief, terwijl in Japan de winst eveneens boven consensus uitkwam. De winstkracht is breed gedragen en niet beperkt tot technologie, wat wijst op een veerkrachtigere economie dan eerder verwacht.
Vandaag (maandag) stemt de Senaat over de benoeming van Kevin Warsh tot voorzitter van de Federal Reserve. De termijn van voorzitter Powell loopt komende vrijdag af, al heeft hij aangekondigd voorlopig aan te blijven als lid van het beleidsbepalende comité. In die rol kan Powell nog tot medio 2028 actief blijven. Uit cijfers van het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics bleek vrijdag dat de werkgelegenheid buiten de landbouwsector in april met 115.000 banen is toegenomen, aanzienlijk boven de verwachting van 65.000.
De werkloosheid bleef stabiel op 4,3%. Het banenrapport verscheen tegen de achtergrond van toenemende discussie over de beleidskoers van de Fed, nu de sterk opgelopen olieprijzen als gevolg van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten de inflatiedruk vergroten.
De belangrijkste publicatie deze week is het Amerikaanse CPI rapport over april, dat dinsdag verschijnt en waarbij de impact van het conflict met Iran nauwlettend zal worden gevolgd. Economen verwachten dat de totale inflatie op maandbasis afzwakt naar 0,6%, tegenover 0,9% in maart, terwijl de kerninflatie juist aantrekt tot 0,4% (was: 0,2%). Op jaarbasis liggen de consensusverwachtingen op respectievelijk 3,7% voor de totale inflatie en 2,7% voor de kerninflatie.
Woensdag volgt het producentenprijsindexrapport (PPI), waarvoor een stijging van 0,4% wordt voorzien Dit is iets lager dan vorige maand. Daarnaast verschuift de aandacht naar Amerikaanse conjunctuurindicatoren over april, met op donderdag de detailhandelsverkopen en op vrijdag de industriële productie. De detailhandelsverkopen zullen naar verwachting op maandbasis dalen, na de sterke stijging van 1,7% in maart.
Voor de industriële productie wordt een gematigd herstel van 0,2% voorzien na de eerdere terugval. Internationaal verschijnen diverse macro-economische cijfers, waaronder bbp-, productie- en arbeidsmarktdata uit de eurozone, inflatie- en handelscijfers uit Japan, bbp- en productiecijfers uit het Verenigd Koninkrijk en inflatie-, betalingsbalans- en investeringsdata uit China.
President Trump maakte vrijdag ook bekend dat de invoertarieven op auto’s en vrachtwagens uit de Europese Unie zouden stijgen naar 25%. Op macro-economisch vlak bleef de index voor de totale fabrieksactiviteit van het Institute for Supply Management (ISM) stabiel op 52,7. Dat is het hoogste niveau sinds 2022 en iets lager dan de consensusverwachting van 53.
De ISM-index voor betaalde prijzen steeg voor de vierde maand op rij naar het hoogste niveau in vier jaar. Een dag eerder werd het Amerikaanse inflatiecijfer voor de core PCE gepubliceerd. In maart kwam de kerninflatie uit op 0,3% maand-op-maand, precies in lijn met de marktverwachting.
De aandacht gaat deze week ook uit naar de ontmoeting tussen de presidenten van de VS en China op 14 en 15 mei. De oorlog met Iran vormt daarbij een complexe diplomatieke factor. De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent heeft China opgeroepen mee te werken aan de heropening van de Straat van Hormuz, al stelt Peking dat het beëindigen van het conflict primair de verantwoordelijkheid van Washington is.
Hoewel grote doorbraken onwaarschijnlijk worden geacht, bestaat de mogelijkheid dat het in oktober gesloten handelsbestand wordt verlengd. Economische concessies blijven daarbij een belangrijk aandachtspunt voor de regering-Trump in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen in november. Beide landen werken aan een overeenkomst en gezamenlijke verklaring die de goederenstromen moet ondersteunen zonder de nationale veiligheid te schaden.
Op het gebied van bedrijfsnieuws ligt het hoogtepunt van het kwartaalresultatenseizoen wel achter ons, maar ook komende week zijn er nog wel weer bedrijven die de aandacht trekken. Zo publiceren Siemens Energy, MunichRe, Bayer, Vodafone, Tencent, Cisco, Alibaba, Siemens, SoftBank, Allianz, Deutsche Telekom, E.ON, RWE, Alstom en Applied Materials deze week hun cijfers.
De Relative Strength Index geeft weer wat het prijsmomentum is voor aandelen. Een hoge RSI (>70) duidt erop dat aandelen ‘overbought’ zijn. Een lage RSI (<30) duidt erop dat aandelen ‘oversold’ zijn. Voor de belangrijke Amerikaanse indices geldt dat de RSI’s zich bewegen rond de70 punten. Van de meesteEuropese aandelenindices bewegen de RSI’s zich momenteel tussen de 50 en 60punten.

De VIX-index is een veel gebruikte maatstaf voor de verwachte volatiliteit van de Amerikaanse S&P 500 index. Deze graadmeter wordt gebruikt om het sentiment op de aandelenmarkten te duiden. Momenteel handelt de VIX-indexiets boven de 18 punten.

Deze index is opgebouwd uit meerdere kwantitatieve elementen. Momenteel noteert deze index op een niveau van 67.Daarmee bevindt de index zich in het gebied dat erop duidt dat beleggers risicozoekend zijn.

Ons tactisch asset allocatie beleid blijft ongewijzigd. Zowel aandelen als obligaties zijn licht onderwogen en liquiditeiten zijn overwogen.
18 mei 2026